Welkom bij ITERATIO |
Top Previous Next |
|
Gradiënten in abiotische variabelen (vocht, nutriëntenrijkdom, pH en saliniteit) zijn zichtbaar in de vegetaties die we in het veld tegenkomen. In het natuurbeheer worden die abiotische variabelen, de terreincondities, aangepast zodat in de terreinen de voorwaarden gecreëerd worden voor waardevolle natuur. Er wordt daarom gemeten aan de terreincondities: peilbuizen vertellen wat de vochttoestand van een terrein is, analyses aan de bodemchemie laten zien hoe zuur, kalkrijk of voedselrijk een bodem is. Maar het nadeel van deze metingen is dat ze nooit vlakdekkend zijn en vaak veel inspanning vergen. Doordat het verband terreinconditie – vegetatie zo sterk is, is het ook mogelijk uitspraken te doen over die condities aan de hand van de vegetatie. Op deze relatie tussen abiotiek en vegetatie is het computerprogramma ITERATIO gebaseerd. De bedoeling hiervan is om directe metingen niet meer nodig te maken, of althans in mindere mate. Lang niet alle abiotische meetdoelen zijn met ITERATIO te beantwoorden. ITERATIO is een computerprogramma dat berekeningen uitvoert voor het maken van kaarten van de terreincondities (abiotische waardenkaarten). Hiervoor maakt ITERATIO gebruik van de gegevens van vegetatiekarteringen. In het figuur hieronder is de opbouw van een vegetatiekartering weergegeven.
Figuur 1: opbouw van vegetatiekarteringen
Op een vegetatiekaart worden in verschillende vlakken de voorkomende vegetatietypen weergegeven. De volledige vegetatietypologie, alle vegetatietypen bij elkaar, worden onderbouwd met opnamen. Ideaal gesproken wordt elk vegetatietype onderbouwd met minimaal vijf opnamen, maar in de praktijk zijn dit er doorgaans minder. Idealiter zijn deze opnamen een representatieve weergave van de vegetatietypen.
Rechts in de figuur is weergegeven hoe de gegevens van een kartering opgenomen volgens de Digitale Standaard zijn opgenomen. De vegetatiekaart staat in een ESRI-shapefile. In deze file is in feite alleen de geometrie opgenomen en per vlak een id. Dit id verwijst naar de Digitale Standaard. Dit is een MS Access-database waar nagenoeg alle tabellarische gegevens in zijn opgeslagen als de vegetatietypologie, de waargenomen typen en soorten. Het enige wat vaak niet in de Digitale Standaard zit, zijn de vegetatieopnamen. Deze zijn opgeslagen in een standaard formaat in TURBOVEG 2. Met deze producten (de vegetatiekaart, de typologie en de opnamen) kan een analyse in ITERATIO worden uitgevoerd.
Voor het uitvoeren van een analyse is de opbouw van een vegetatiekartering belangrijk: de vegetatie wordt beschreven door vegetatieopnamen en de opnamen worden beschreven door de soorten die erin voorkomen. Door een aantal plantensoorten een indicatiewaarde te geven voor een abiotische variabele, kan per opname een gemiddelde waarde voor de betreffende variabele berekend worden. En omdat een aantal opnamen een vegetatietype beschrijven, kan voor het type ook weer een gemiddelde waarde worden berekend. Deze waarde kan dan zichtbaar worden gemaakt op een kaart. Dit proces - van een set vegetatieopnamen, via berekeningen naar een abiotische waardenkaart - is in figuur 2 weergegeven. Hieronder volgt in het kort een beschrijving.
Stap 1 – Invoer Voor een analyse zijn drie digitale producten nodig: 1.de vegetatiekaart 2.de vegetatietypologie 3.de vegetatieopnamen.
Stap 2 – Analyse In eerste instantie wordt de terreinconditie gekozen die geanalyseerd moet worden. In dit voorbeeld is dat de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (GVG). Vervolgens worden voor de analyse de vegetatieopnamen in ITERATIO ingelezen. Aan een deel van de voorkomende soorten wordt een indicatiewaarde voor de GVG gekoppeld. Een reeks itererende berekeningen levert een indicatiewaarde voor alle soorten op, en een gemiddelde waarde voor de GVG voor alle opnamen. De verschillende vegetatietypen worden doorgaans onderbouwd met een aantal opnamen. Van de GVG-waarden voor de opnamen behorend bij een vegetatietype wordt daarom een gemiddelde genomen. Dit is de invoer voor het maken van de GVG-kaart.
Stap 3 – Uitvoer naar een GIS-kaart In ITERATIO heeft elk vegetatietype een waarde voor de GVG gekregen. Deze waarden worden aan elk vlakje van de vegetatiekaart gekoppeld en zichtbaar gemaakt middels kleuren in de abiotische waardenkaart.
Figuur 2: het proces voor het maken van een abiotische waardenkaart op basis van de vegetatiekaart, de vegetatietypologie, de opnamen met bijbehorende soorten en ITERATIO. Als voorbeeld wordt hier het maken van een GVG-kaart (gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand) gebruikt.
In de paragraaf Achtergrond wordt de berekening uitgebreider toegelicht.
|