HULP VOOR BESTUIVERS

Advies op maat om bijen en zweefvliegen te helpen overleven in Nederland

Kaart met verschillende landschapstypes

Niet elke soort komt overal voor


In Nederland leven ruim 360 verschillende soorten wilde bijen en ruim 300 soorten zweefvliegen. Maar, hoewel sommige algemene soorten bijna overal in ons land te vinden zijn, zijn er ook veel soorten die maar in specifieke gebieden voorkomen. Deels is dat het gevolg van de achteruitgang van hun leefgebied, en daardoor van hun populaties, in de afgelopen decennia. Maar voor een groot deel zijn deze verschillen in verspreidingsgebied een natuurlijk gevolg van hun verschillen in voorkeur. Zo zijn er soorten die optimaal zijn aangepast aan de leefomstandigheden in de Zuid-Limburgse heuvels, en andere soorten die juist optimaal gedijen in de duinen, op de heide, of in het laagveen.

Een soortenlijst per landschapstype


Uit onderzoek blijkt dat er in Nederland een aantal landschapstypen te herkennen zijn met elk een eigen set van soorten die juist daar voorkomen. Deze landschapstypen hangen nauw samen met verschillen in bodemtype, en komen overeen met de zogenaamde ‘fysisch geografische regio’s’, die op bovenstaande kaart met verschillende kleuren zijn weergegeven. Per landschapstype is een soortenlijst opgesteld van bestuivers die typerend zijn voor dat landschap. Een belangrijke bijkomstigheid is dat ook de verspreidingsgebieden van inheemse plantensoorten in Nederland sterk samenhangen met dezelfde landschapstypen. Ook voor planten hebben we dus per landschapstype een soortenlijst kunnen opstellen.

Keuzes op maat


Deze soortenlijsten zijn heel waardevol voor het maken van keuzes in maatregelen. Het biedt namelijk de mogelijkheid om op basis van de locatie van een terrein te bepalen welke plantensoorten zowel daadwerkelijk waarde hebben voor de lokale bestuivers als ook thuishoren in de lokale flora. Deze landschapstypen-benadering vormt de basis voor de adviezen op maat in onze webtool.

Een uitgekleed landschap


Helaas liet hetzelfde onderzoek ook zien dat in een deel van het Nederlandse landschap het aantal soorten bestuivers inmiddels zo beperkt is geworden dat daar nog slechts een beperkte groep soorten voorkomt. Dit zijn vooral de algemene soorten, die relatief weinig eisen stellen aan hun omgeving. De zeldzamere soorten, die vaak ook meer kieskeurig zijn en een of enkele planten nodig hebben als voedselbron, komen nog slechts voor in natuurgebieden en de directe omgeving daarvan. Ook dit is waardevolle informatie voor het nemen van maatregelen. Het betekent namelijk dat het op plekken die ver verwijderd zijn van bestaande natuur minder zinvol is om in te zetten op complexe plantenmengsels inclusief planten die specifiek van waarde zijn voor bepaalde zeldzame bijensoorten. Op die plekken zijn maatregelen nog altijd zinvol, maar dan met als doel om te voorkomen dat zelfs de vrij algemene soorten verder achteruitgaan. In de webtool onderscheiden we daarom ‘soortenarme’ gebieden (lichtgekleurd op de kaart), waarvoor we een vereenvoudigde lijst plantensoorten aanbevelen waarvan we weten dat ze door veel algemene bestuivers worden bezocht, en ‘soortenrijke’ gebieden (donkergekleurd op de kaart) waar het waardevol is om net een stapje extra te zetten voor juist de zeldzamere soorten.